Wilco Achterberg: ‘Dit is waarvoor we het doen’

Om de coronacrisis in de verpleeghuizen het hoofd te bieden moesten organisaties als het ministerie, de GGD en ActiZ in de hoogste versnelling schakelen. Sleutelfiguren uit die organisaties vertellen over de aanpak, de impact en de geleerde lessen. Vandaag Wilco Achterberg, hoogleraar institutionele zorg en ouderengeneeskunde en onderzoeker bij het academisch netwerk ouderenzorg UNC-ZH.

Hoe het voor Wilco Achterberg begon

‘Kort na de eerste besmettingen werden we als vertegenwoordigers van de academische werkplaatsen benaderd door het ministerie van VWS dat een team wilde formeren om de uitbreiding van het coronavirus landelijk aan te pakken. Het ministerie zei: ‘Wij willen dit met jullie doen.’ Onze reactie: ‘Dit is waarvoor we het doen.’ De netwerken in Zuid-Holland en Groningen wilden meer inzicht hebben in het welzijn van bewoners en van medewerkers en meer kennis hebben van creatieve oplossingen. We hadden regelmatig overleg met de directie langdurige zorg op het ministerie.’

De aanpak

Notulen van crisisteams

‘De manier waarop we als academische werkplaatsen de vinger aan de pols hielden, is inmiddels bekend: van 41 verpleeghuisorganisaties werd elke week op een vast moment de notulen van de crisisteams geanalyseerd. Niet altijd waren alle notulen op tijd beschikbaar. Gemiddeld kregen we per week van 20 tot 25 organisaties notulen binnen en zeker in het begin waren dat notulen van dagelijkse vergaderingen. Dan hebben we het over notulen van crisisteams in huizen waar in totaal zo’n 30 tot 40.000 patiënten verblijven. Dat was voor ons voldoende representatief. De analyse van die notulen aan de hand van zes thema’s leverde de basis voor onze adviezen.’

Handen in het haar

‘In ons onderzoek van de wekelijkse notulen van de crisisteams richtten we ons op de grotere organisaties. Voor de situatie in de kleine verpleeghuizen was ons onderzoek niet representatief. Die deden niet mee, maar zij hadden het vaak wel het moeilijkst. Die kleine verpleeghuizen zijn vaak van het type dat tot voor kort nog een verzorgingshuis was en waar de huisarts de medisch zorg nog doet. Die huizen zaten met de handen in het haar. Wij adviseerden ze om aansluiting te zoeken bij de grotere huizen. Onze doelstelling vanaf dag 1: leer van de sterkere broeders. Dat was ook wat in de praktijk vaak gebeurde.’

De valkuilen

Spagaat

‘Het probleem was dat we als wetenschappelijke werkplaatsen niet zo gek veel konden doen. Onze niche is het stimuleren dat mensen kunnen leren. Maar dat is meteen ook onze beperking. We doen in kennis, niet in het nemen van maatregelen. En je zou in een situatie als deze willen dat je meer maatregelen kunt nemen. Het voelde soms als een spagaat.’

Verwarring over adviezen

‘We adviseerden organisaties om zich aan de RIVM-normen te houden. We wilden eenduidigheid, maar zagen dat dit niet helemaal zo werkte. We ontdekten dat corona-adviezen van RIVM, GGD en Verenso in de tijd op een aantal punten van elkaar verschilden. Dat gaf verwarring. Verpleeghuizen moesten maar kiezen welke richtlijn ze wilden volgen. Zo werd bijvoorbeeld verschillend geadviseerd over hoe lang iemand met het virus besmettelijk blijft. Virusdeeltjes kunnen in de ontlasting nog weken actief blijven. Maar kunnen die deeltjes in de ontlasting ook andere mensen besmetten? Daar werd verschillend over gedacht. Maar feit was dat we het gewoon niet wisten. Daardoor konden we verpleeghuizen hierover geen eensluidend advies geven. Naar de verpleeghuizen toe moet in de toekomst duidelijker zijn welke richtlijn zij het beste kunnen volgen. De keuze voor die richtlijn ligt – vind ik – bij het regionale hoofd van de GGD, zo dicht mogelijk bij het verpleeghuis.’

Door: Rob van Es