‘Stel classificatie bij psychische problemen zo lang mogelijk uit’

Vilans bracht recent een overzicht uit van kennis over psychische problemen bij mensen met verstandelijke beperkingen. De kennisorganisatie sprak daarvoor onder andere met Xavier Moonen, adviseur en onderzoeker bij Koraal en bijzonder hoogleraar bij de Universiteit van Amsterdam en bijzonder lector bij Hogeschool Zuyd. Wat zijn zijn ervaringen en inzichten?

De materie is ingewikkeld, benadrukt hij: ‘Het gedrag van mensen met verstandelijke beperkingen is vaak a-typisch. De psychiatrie kan meestal snel een verklaring geven, maar zijn andere factoren dan wel goed in beeld gebracht en hun rol in het gedrag? Aan de andere kant worden psychische problemen niet altijd gezien en als zodanig herkend. Er is zowel sprake van diagnostic overshadowing, al het gedrag wordt toegeschreven aan de verstandelijke beperking, als diagnostic undershadowing, psychische problemen worden vastgesteld door het onjuist interpreteren van hoe iemand zich gedraagt of communiceert.’

Soort detective

‘Probleemgedrag wordt nu vaak vanuit het individu gezien, maar de invloed van de omgeving is ook heel groot’, geeft Moonen als voorbeeld. ‘Probleemgedrag kan door veel factoren worden veroorzaakt. Fysiek, pijn niet goed kunnen uiten, willen ontsnappen, of juist een positieve prikkel willen oproepen, zoals zelf een epileptische aanval uitlokken. Dat is wat een gedragswetenschapper moet ontdekken, als een soort detective.  Stel classificatie daarom zo lang mogelijk uit en zoek eerst andere factoren. Maak een goed assessment en breng de levensgeschiedenis in kaart. Bijvoorbeeld met een methode als Yucel.’

Post-academische opleidingen

Moonen constateert verder dat opleidingen nog weinig aandacht besteden aan psychische problemen bij mensen met verstandelijke beperkingen. Of dat die juist heel gespecialiseerd zijn. In Groningen is er bijvoorbeeld volop aandacht voor mensen met ernstige en meervoudige beperkingen en de Vrije Universiteit van Amsterdam richt zich weer meer op mensen met visuele en verstandelijke beperkingen. Moonens Universiteit van Amsterdam besteedt daar bijna geen aandacht aan. ‘Er zouden meer post-academische opleidingen beschikbaar moeten zijn, naast dat instellingen zelf hun professionals blijven bijscholen. Maar professionals zelf dienen hun vak zelf ook  goed bij te houden en bijvoorbeeld relevante wetenschappelijke literatuur te blijven lezen. Ik denk dat dat nog te beperkt gebeurt.’

Kennis toepassen

Daar komt bij dat het niet altijd eenvoudig is om kennis toe te passen. Begrijpen zorgverleners echt wat een bepaalde aandoening inhoudt? En hoe zij een specifieke interventie moeten toepassen? Moonen: ‘Neem ‘negeren’. Dat kan een effectieve interventie zijn om probleemgedrag uit te laten doven. Maar je moet wel heel goed begrijpen hoe dat werkt, wat je kunt verwachten en wat de risico’s zijn.’

Zoeken naar andere media

Moonen weet wel een oplossing: de kennis postacademisch aanbieden. En veel meer gebruik maken en leren van de casussen van het CCE. Zelf geeft hij ook cursussen. ‘Ik zie dat mensen niet lezen, ze hebben geen tijd. En dat kennis ook niet wordt toegepast in de praktijk. Dus moeten we op zoek naar andere media. Professionals wisselen ook té vaak en te weinig doordacht van behandelstrategie. Ze proberen van alles, met als het risico dat de cliënt ‘behandelingsresistent’ wordt.’