Praktijknetwerken halen kennis op bij Philadelphia-medewerkers

De kennis en ervaring van zorgprofessionals is ook waardevol voor collega’s. Maar hoe zorg je ervoor dat die kennis overal terechtkomt? Vilans deelt graag een paar goede voorbeelden. In deel 1 van een serie: VG zorgaanbieder Philadelphia Werk & Begeleiding, waar medewerkers in 90 dagen stevige adviezen formuleren.

De decentralisatie en de daaropvolgende reorganisatie in 2015 waren voor Philadelphia aanleiding om te starten met de praktijknetwerken. ‘We moesten op een andere manier gaan werken en er lagen veel vragen’, vertelt Jeroen Zomerplaag, manager zorgbeleid, kwaliteit en veiligheid.

Medewerkers aanmoedigen kennis op te halen

Jeroen kende de 90-dagencyclus van the Institute for Healthcare Improvement en koos ervoor om die bij Philadelphia te gaan gebruiken binnen zogenoemde praktijknetwerken. De opzet is bij deze cyclus steeds dezelfde: met een groep mensen komen de medewerkers gedurende 90 dagen vier keer bijeen. Ze beginnen met het vaststellen van een probleem, vervolgens bepaalt de groep hun ‘droom’, dus wat ze willen bereiken en gaan ze ideeën verzamelen. Ten slotte houden ze een pitch voor het management, waarin ze ook adviseren over hoe ideeën geïmplementeerd kunnen worden. Jeroen: ‘We moedigen de medewerkers echt aan om bij collega’s, maar ook bij deskundigen buiten onze organisatie input op te halen.’

Samenstelling praktijknetwerken

Het praktijknetwerk bestaat uit zo’n 15 tot 20 mensen, het liefst twee uit elk van de negen regio’s waarin Philadelphia werkt. Deelname is geheel vrijwillig: managers vragen binnen hun teams of er iemand interesse heeft om mee te doen.

Van sceptisch naar enthousiast

Ambulant begeleiders Petra Brummelhuis en Erna de Vos kregen beiden via hun manager een uitnodiging voor de praktijknetwerken van Philadelphia. ‘Ik was in het begin wel sceptisch’, zegt Erna. ‘We zijn een grote organisatie en ik vond dat we niet altijd gehoord werden. Maar nu ik aan meerdere netwerken heb deelgenomen ben ik heel enthousiast. Ik merk dat er naar ons geluisterd wordt en dat er iets met onze adviezen wordt gedaan.’ Ook Petra stond niet meteen te springen. ‘Maar ik wilde het wel een kans geven, want ik vind het heel goed dat we als medewerkers bij beleid betrokken worden.’

Online bijeenkomsten

Het eerste praktijknetwerk ging onder meer over gezinsbegeleiding. De expertise daarover was door de decentralisatie behoorlijk versnipperd. Dankzij het netwerk en de aanbevelingen die eruit voortkwamen weten gezinsbegeleiders elkaar nu veel beter te vinden, merkt ook Erna. ‘We gaan online landelijke bijeenkomsten organiseren waarin we met elkaar kunnen sparren en we willen ook DigiContact, onze ondersteuning via beeldbellen, voor gezinnen gaan inzetten.’

De ‘wijze’ hulpverlener

Petra nam onlangs deel aan een werkgroep over zorgmijders. ‘Ik vind het leuk dat je met collega’s uit het hele land werkt en veel van elkaar leert. Ieder heeft zo zijn eigen specialiteit en je weet elkaar dan ook later weer te vinden.’ Het stappenplan dat haar werkgroep formuleerde voor omgaan met zorgmijders staat inmiddels op het intranet. ‘We hebben best goede dingen bedacht: dat je bijvoorbeeld contact kunt zoeken met de gemeente om te overleggen, die hebben vaak een speciaal team voor bijzondere situaties. En, ook een goede tip: dat je niet meteen de wijze hulpverlener gaat uithangen als je bij iemand binnenkomt, haha.’

Professionalisering van jezelf en de organisatie

Tot op heden was het geen probleem om de praktijknetwerken te vullen, vertelt Jeroen. ‘Het praktijknetwerk valt of staat met de motivatie van de medewerkers. Zij moeten het gevoel hebben: ik ben met iets bezig dat mijn werk beter kan maken.’ Dat is precies wat Erna ervoer. ‘Natuurlijk kost het tijd, ik maak hierdoor wel wat overuren. Maar het fijne is dat je een bijdrage levert aan de professionalisering van jezelf én de organisatie.’ En Petra: ‘Het is heel fijn om als medewerker meegenomen te worden in een verbeterproces en dat er niet iets van bovenaf wordt opgelegd. Nu weten we dat de plannen realistisch en werkbaar zijn omdat we er zelf over meegedacht hebben.’

Beter begrijpen

Een fijne bijkomstigheid is dat je als medewerker de organisatie beter leert begrijpen, vertelt Erna. ‘Niet alle wilde ideeën kunnen worden uitgevoerd. Wij willen bijvoorbeeld graag dat we in ons rapportagesysteem ook per gezin dingen kunnen aangeven, nu kan dat alleen maar per cliënt. Dat blijkt digitaal nu nog moeilijk op te lossen, maar we snappen waarom. En dat is fijn.’

De input van de medewerkers is belangrijk, maar Jeroen benadrukt dat er ook draagvlak van het management moet zijn. ‘De vraagstukken waar het praktijknetwerk mee aan de slag gaat moeten ook het management iets opleveren. Ik kijk daarom continu of er iets speelt in de organisatie dat interessant kan zijn voor het praktijknetwerk.’ Erna: ‘Ik vind het fijn dat de organisatie deze praktijknetwerken faciliteert. Het helpt me om me even te onttrekken aan de waan van de dag en tijd te besteden aan iets dat me meer werkplezier oplevert, betere werkomstandigheden en uiteindelijk ook betere zorg.’

Tekst: Mirjam Streefkerk

Serie praktijkverhalen kennis delen

De kennis en ervaring van zorgprofessionals is ook waardevol voor collega’s. Maar hoe zorg je ervoor dat die kennis overal terechtkomt? Vilans deelt graag een paar goede voorbeelden. Lees ook de andere verhalen in deze serie: